Mannetje Heb-Zie-Geef

Er was eens een mannetje dat aan de rand van de stad woonde. Hij had daar een huis met een grote tuin. Midden in die tuin stond een paal met een bord. Daarop stond geschreven: “IK HEB”.
Ja, dat mannetje had een vreemde naam: ‘Ik heb’. Iedere dag ging hij naar de stad en zag hij van alles in de winkel liggen. Dat wilde hij allemaal kopen. Zijn hele huis stond propvol met spullen.

Ik ben rijk, dacht hij, heel rijk. Hij kon aan niets anders meer denken. Daardoor kwam het dat hij de vogels niet meer hoorde zingen en ook de vrolijke kinderen in de straat zag hij niet.

In dezelfde buurt waar ‘Ik heb’ woont, leefde ook een liedjeszanger. Hij woonde een paar straten verder en was altijd vrolijk. Hij had daarom altijd zingende kinderen om zich heen. Op een dag kwam de zanger ‘Ik heb’ tegen. Voor het eerst in zijn leven hoorde: ‘Ik heb’ echte muziek. Hij zei tegen de zanger: Waarom doe jij zo gek? Ja, waarom? vroeg de zanger zich af, misschien wel omdat ik de rijkste man van de wereld ben. Nee, zei het mannetje ‘Ik heb’, dat ben ik. Ik heb een huis vol mooie spulletjes.

Wat ik allemaal heb, zei de zanger, past in geen honderd huizen. Bomen, sterren, vogels, zon en maan, een stad vol lachende kinderen. Als je naar alles kijkt komen er zomaar liedjes in je hart.
Daar had ‘Ik heb’ nog nooit aan gedacht. Wat ben ik toch een oliebol! Dank je wel zanger, ik ben een heel ander mens geworden. Hij ging naar huis, pakte een grote kwast en schilderde op het bord: “IK ZIE”. Sinds die dag kek het mannetje ‘Ik zie’ veel meer naar de dingen om zich heen. Op een dag vond ‘Ik zie’ een mooie kaars in een oude kast. Het mannetje keek ernaar en plotseling verstond hij het verhaal van de kaars: Ik heb nooit mogen branden omdat jij geen oog voor mij had. Steek mij nu aan en ik zal licht brengen. Zie je, ik word kleiner, maar jij hebt licht. Zie je, ik brand weg, maar jij kunt de kleuren van de kamer zien. Hè, hè, nu ben ik pas echt een kaars. Toen de kaars helemaal was opgebrand werd het donker in de kamer, maar in het hart van het mannetje was een lichtje blijven branden.

Nu begrijp ik je kaars. Je bent pas echt een kaars als je brand voor een ander, als je je helemaal weggeeft om een ander wat licht te ge- ven. De volgende dag stond er op het bord in zijn tuin: “IK GEEF”

De Communicaten hebben een kerstpakket bij elkaar gespaard voor de Zusters van Moeder Theresa die in Amsterdam daklozen en zwervers opvangen en te eten geven. Pastoor Carlos deed zijn oproep in de gezinsviering van 5 december. Speciaal voor de gezinsviering zijn de lezingen vervangen door een mooi verhaal over Mannetje Heb-Zie-Geef en aan het eind van zijn preek deed pastoor Carlos spontaan de oproep om een kerstpakket bij elkaar te gaan sparen.

Voor wie het verhaal gemist heeft, is het hiernaast nogmaals te lezen. 

De Zusters van Moeder Teresa hebben in 1989 het pand aan de Egelantiersstraat 145-147 betrokken. Het pand is in de eerste plaats een klooster. Vrouwen en hun kinderen die op de vlucht zijn omdat ze mishandeld worden door hun familie, of vrouwen die om andere redenen tussen wal en schip zijn geraakt, worden er opgevangen. Ook geven de zusters dagelijks aan zo’n 200 personen, alcohol- of drugsverslaafden, maar ook eenzamen en mensen die niet in staat zijn voor zichzelf te koken, een warme maaltijd.

In onderstaande video de oproep van Pastoor Carlos

error

Deel dit artikel via