In de jaren vijftig groeide de bevolking van Bussum sterk. Daarom werd de bouw in Bussum massaal uitgebreid in de Westereng met wijken links en rechts van de Laarderweg, die toen werd doorgetrokken tot aan de Westerheide. Door deze snelle groei ontstond toen óók behoefte aan een vierde rooms-katholieke kerk. Door Johannes kardinaal de Jong uit Utrecht werd in 1952 Cornelis M. Baas tot bouwpastoor benoemd om een kerk te bouwen in Bussum-Zuid onder de naam Sint Jozef.

Vlak na de oorlog onderkende de priester en architect Dom Hans van der Laan dat er grote behoefte was aan nieuwe kerken. Enerzijds om door de oorlog verwoeste kerken te vervangen, anderzijds vanwege de bouw van nieuwe woonwijken. Vanaf 1946 werden er in Den Bosch cursussen gegeven om architecten te begeleiden bij deze wederopbouw van de katholieke kerken. Deze stroming werd “de Bossche School” genoemd. Deze stroming baseerde haar ontwerpen op de vroeg Italiaanse basilieken met een achtkantige toren, afgeleid van de noord Italiaanse campanilles. De verhoudingen binnen de gebouwen waren gebaseerd op het zogeheten plastisch getal, en bepaalden de juiste lengte, breedte en hoogte maten plus de dikte van de muren. Als materiaal werden baksteen, beton en hout gebruikt; normaal in Nederland voorhanden bouwmaterialen.

Ook de Bussumse architect Herman van Putten (1907 – 1966), die de kerk ontwierp, was aanhanger van de Bossche School. De bouw werd verricht door aannemer Fennis. Uitvoerder was de Bussummer Frans Wiegmans.

De kerk is gebouwd van baksteen, beton en hout. Het plafond heeft de vak indeling die je ook in de Italiaanse basilieken aantreft. Waar ze in Italië rijkelijk zijn versierd, zijn de plafondpanelen in de Jozefkerk sober gehouden. Op de oorspronkelijke maquette van de kerk staat op de plaats van de huidige klokkentoren een achthoekige klokkentoren. Omdat daarvoor geen geld was, is deze toren nooit gebouwd en kreeg de kerk in het begin een houten klokkenstoel aan de Dr. Schaepmanlaan. Reeds op 7 september 1952 werd de eerste-steen gelegd door de nieuwe bouwpastoor.

Tijdens de bouw is er op meer punten afgeweken van de oorspronkelijke tekeningen. Zo kwam de stookkelder niet onder de sacristie, maar werden de kachel en de kolenbunker onder het Maria-altaar links voor in de kerk gerealiseerd.

Op 1 juli 1953 werd de kerk plechtig geconsacreerd door mrg. B.J. Alfrink, die toen de wijbisschop was van kardinaal De Jong.

In de loop der jaren is er heel wat verbouwd in de kerk. In 1966, bij het 12 ½ jarig bestaan van de kerk, verrees de huidige klokkentoren en werden daarin de door de parochianen geschonken klokken in opgehangen. De communiebanken verdwenen en het priesterkoor werd vergroot zodat de voorganger van achter het altaar de kerk in kon kijken. De laatste rijen banken werden weggehaald zodat er ruimte ontstond om na de viering koffie te drinken. De geluidsinstallatie werd vervangen, net als de elektrisch installatie en de kachel (eerst van kolen naar olie, later naar gas). Het grote orgel werd in 1966 geplaatst door de firma Vermeden uit Alkmaar en was afkomstig van het blindeninstituut in Grave. Maar de oorspronkelijke sfeer van de kerk is al die jaren volledig in takt gebleven.

Op 4 september 1953 kwam kapelaan J.G. de Vos als eerste kapelaan. De parochie staat vooral bekend door de jeugdvereniging “Jongens en Meisjesstad”, opgericht door kapelaan J.H. Lefeber in 1956. Helaas is na het vertrek van deze kapelaan spoedig een eind gekomen aan deze vereniging in 1969.

De naam Sint Jozef, patroon van de Werkliedenvereniging, werd óók eer aangedaan door de parochie. Als voorbeeld werd tijdens de bouw van de Sint Jozefkerk door pastoor Baas zelf met de zandauto gereden. Met de bouw van het onderkomen van “Jongens en Meisjesstad (later “Kommin”) werd met de bulldozer” gereden door kapelaan Lefeber.

De parochie leidde een zelfstandig bestaan en werd gerund door vrijwilligers. De St. Jozefkerk was in Bussum de eerste die de erediensten vierde met vrouwelijke misdienaars, hetgeen nu heel normaal is. In de loop der jaren werden meer en meer taken door vrijwilligers overgenomen, waardoor de exploitatielasten relatief laag gehouden konden worden.

Teruglopende kerkbezoekers aantallen en ouder worden van de vrijwilligers noopte het parochiebestuur om de kerk te sluiten. Op 8 en 15 april 2018 vond in deze kerk de laatste R.K. vieringen plaats. In september 2018 is het gebouw door mgr. Hendriks van het bisdom Haarlem-Amsterdam onttrokken aan de R.K. Eredienst en vervolgens verkocht aan de Koptisch Orthodoxe kerk Nederland – België, die nu in hun St. Verena kerk erediensten houden voor centraal Nederland.