De in 1834 gebouwde waterstaatskerk werd al snel te klein, waardoor de kerk werd afgebroken om plaats te maken voor de huidige R.K. Sint Vituskerk met 450 zitplaatsen in Neo-Romaanse stijl naar een ontwerp van Jan Stuyt (1868 – 1934), één van de belangrijkste bouwers van kerken, kloosters, ziekenhuizen en scholen in de 20e eeuw. Hij werkte heel lang samen met Jos Cuypers, één van de architecten van de Mariakerk in Bussum. De aannemer was de firma Hillen en Roosen uit Amsterdam terwijl de opzichter dhr. J. v.d. Wal uit Naarden was. De bouw kostte fl. 29.182,79. De gemeente Naarden verstrekte een subsidie van fl. 500,-.

De inwijding van de kerk vond plaats op 27 november 1911 door de aartsbisschop van Utrecht, mgr. Henricus van de Wetering, bijgestaan door diaken dr. Schräder en subdiaken dr. Ariëns. De eerste pastoor van de nieuwe kerk was A. v.d. Waarden.

Neo-Romaanse elementen van de St. Vituskerk zijn de vlakke zoldering, de kleine rondboogvensters en decoraties met eveneens ronde bogen. De muren zijn dik, zij dragen het grootste deel van het gewicht van het gebouw en daarom zijn grotere ramen niet mogelijk. De toren is 18,50 meter hoog.

Boven de toegangsdeur van de kerk is een halfrond glas-in-loodraam dat St. Vitus voorstelt. Daarboven drie gebrandschilderde ramen, voorstellende St. Cecilia, geflankeerd door engelen.

Wie vervolgens de kerk binnenkomt, betreedt een andere werkelijkheid. Centraal staat voor in de kerk het altaar. Boven het altaar zijn vijf glas-in-loodramen zichtbaar. In het midden staat het Lam Gods met een kruisvaan en dit beeld wordt omgeven door stralen in de regenboogkleuren. Rechts staat Johannes afgebeeld, die in zijn evangelie ervan getuigt dat Jezus het levensbrood is dat uit de hemel neerdaalde. Uiterst rechts wordt Juliana van Cornillon (1192-1258) afgebeeld, een kloosterlinge die in een visioen de H. Hostie zag voor welk nog een feestdag ontbrak. Dat werd Sacramentsdag. In het koor is voorts ruimte voor een tabernakel. Links voor staat op de eerste trede van het priesterkoor het doopvont met smeedwerk van wijlen W. Koopmanschap. Op de onderrand van de doopvont is te lezen: ‘Ik doop U in den Naam des Vaders en des Zoons en des H. Geestes’. Rechts staat een ambo. Verder staat er in de kerk een 18e-eeuws houtenbeeld dat St. Vitus de martelaar voorstelt.

Na de bouw werd de kerk opgeleverd met strak gepleisterde muren. Later zijn op de boog boven het altaar en de muren decoratieve motieven ter verfraaiing aangebracht. Ook het priesterkoor is pas later verhoogd.

Tijdens de versobering in de jaren 60 hebben de muren weer een strakke kleur kregen.

De oorspronkelijke klokken zijn gegoten door de firma Eijsbout uit Asten:

  • Een luidklok, 483 kilo zwaar met als randschrift “Heilige Maria, koningin van de heilige rozenkrans, smeek af het geloof, verbeter de zeden, weer onheil af. Heilige Vitus sterk ons gebed, bid voor ons. Anno 1911. St. Viti: pastoor A. v.d. Waarden”.
  • Een angelusklokje, 70 kilo zwaar met als randschrift “Aller zuiverst hart van Maria, wees ons heil en onze hoop, nu en in het uur van onze dood. Heilige Vitus bid voor onze parochianen. Anno 1911. St. Viti: pastoor A. v.d. Waarden”.

Deze klokken zijn tijdens de tweede wereldoorlog door de Duitse bezetters geroofd. Van de huidige luidklok zijn geen gegevens bekend.

In 2018 is de koorzolder boven de ingang van de kerk gerenoveerd. Tijdens deze renovatie is het orgel vervangen door een nieuw orgel dat is geïntegreerd in het front van het oorspronkelijke orgel uit 1923.

De pastorie aan de Marktstraat, die tegen de kerk is aangebouwd, is een traditioneel blokvormig pand uit 1936 naar een ontwerp van H.G. van Eijden die ook verantwoordelijk was voor het ontwerp van de H. Hartkerk in Bussum.