Acht jaar na de bouw van de Koepelkerk bleek dat door de snelle groei van de bevolking in Bussum er nog een nieuwe R.K. kerk bij moest komen: In april 1929 werd kapelaan A.W.G.M. Wiegerinck uit Utrecht benoemd tot bouwpastoor voor een derde R.K. kerk onder de parochie van Sint Vitus. Hiervoor kreeg hij van de St. Vitus-parochie een bruidsschat van f 25.000,– en een toezegging van jaarlijks f 5.000,– gedurende vijftien jaar. Ook de bouwgrond werd door de St. Vitusparochie ter beschikking gesteld: buiten de bebouwde kom, recht tegenover de Keizer Ottostraat. De gemeente zorgde voor het stratenplan rond de kerk en liet de Keizer Ottostraat doortrekken tot aan de nieuw te bouwen kerk.

Aan architect H. van Eijden te Bussum werd de opdracht gegeven een ontwerp te maken voor de nieuwe kerk. Oorspronkelijk zou het een kruiskerk worden, maar dat werd te duur bevonden. Op 23 januari 1931 werd met de bouw begonnen en op zaterdag 13 juni 1931 werd de eerste steen gelegd door de bouwpastoor, onder grote belangstelling van onder andere burgemeester en wethouders van Bussum en vele geestelijken uit Bussum en omstreken.

Het resultaat was een grote, driebeukige basilicale kerk met breed middenschip en terzijde staande toren. Gebouwd volgens het concept van de zgn. volkskerk, waarin 900 gelovigen zitplaatsen hadden in het middenschip, een plaats met onbelemmerd zicht op het altaar. Het middenschip was door bakstenen graatgewelven overkluisd. De inwendige hoogte bedroeg 17 meter en de uitwendige hoogte 24 meter. De toren had een metselhoogte van 37 meter en was in totaal 54 meter hoog. Het was voor die tijd een modern, maar prachtig bouwwerk dat uniek werd genoemd en veel belangstelling trok, óók van buiten Bussum.

De plechtige consecratie werd door mgr. J. Jansen, aartsbisschop van Utrecht op 2 mei 1932 verricht. De kerk werd genoemd: de kerk van het H. Hart van Jezus.

Zo begon de H. Hartkerk een eigen weg in te gaan onder leiding van pastoor A.W.G.M. Wiegerinck. Hij werkte met hart en ziel om de parochie te stimuleren. De ouderen onder ons kunnen zich waarschijnlijk nog wel herinneren hoe hij elke zondag zijn bedelpreek hield. Met soms een daverende gelach in de kerk kreeg hij het voor elkaar om geld binnen te krijgen van een arme parochie. Ten zuiden van de H. Kamerling Onnesweg stond er nog geen enkele woning. Het was nog bos en driestland. In 1934 kwam kapelaan H. Weller als eerste-kapelaan de Heilig Hartparochie versterken. Hij heeft de parochie bediend tot 1944, waarna hij werd benoemd tot pastoor van de H. Hartkerk in Hilversum. De H. Hartkerk werd vooral bekend door het ziekentridium, die in deze kerk in de jaren 1935-1960 regelmatig werd gehouden.

Voor die tijd gebeurde dit in de Koepelkerk. Pastoor Wiegerinck vertrok in 1943 naar Arnhem en is daar benoemd tot deken van het district Arnhem. Hij werd opgevolgd door pastoor Th. van Leeuwen, die zeer actief werkte aan de uitbreiding van de kerk. Onder andere door de kruiswegstatie, die werd vervaardigd door de beeldhouwer Mari Andriessen en die tegenwoordig in de Mariakerk is te zien. En het orgel met 28 stemmen, in twee fasen gebouwd door de firma Pels & Van Leeuwen. Ook kwam onder zijn leiding de H. Hartschool en het gymnastieklokaal tot stand. Daarnaast had de parochie de organisatie voor het wel en wee van de militairen die gelegerd waren in de Palmkazerne. Vóór de Tweede Wereldoorlog werd in de Irisstraat 3 een militair tehuis opgericht. Na de oorlog werd het tehuis voortgezet in een zaaltje achter de kerk onder voorzitter kapelaan W. Cornel. In 1956 werd officieel het nieuwe katholieke militair tehuis geopend aan de Amersfoortsestraatweg dat nu bekend is als De Palmpit.

Pastoor Van Leeuwen ging in 1967 met emeritaat en werd opgevolgd door pastoor W.G. Keijzer tot 1972. Vanaf 1972 kwam de H. Hartparochie onder het pastoresteam te staan, waar pastor B. van Schie de parochie bestuurde tot 1982. Na precies 50 jaar ging de kerk in 1982 definitief dicht en werd in 1991 gesloopt. Alles wat er nu nog aan herinnert, is de pastorie waar nu de Bussumse Wijkverpleging in is gehuisvest. De eerste-steen met proclamatie is nu in het bezit van de Historische Kring Bussum.